Jaarrekening 2025

I Balans en Toelichting

Uitzettingen < 1 jaar (x € 1.000)

31-12-2025

31-12-2024

Vorderingen op openbare lichamen

15.014

12.021

Rekening-courant verhouding met het Rijk

67.528

62.217

Belastingen

7.333

2.887

Overige vorderingen

2.567

7.756

Voorziening dubieuze debiteuren

-505

-326

Totaal

91.937

84.555

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (vorderingen) waarderen wij tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening is bepaald op basis van een combinatie van statische en dynamische waardebepaling.

Debiteuren sociale zaken

In het bedrag van overige vorderingen zit aan debiteuren sociale zaken:

689.095

a. vorderingen waarvoor per 31-12-2025 de afwikkeling tgv de gemeente komt

2.080.556

b. vorderingen waarvan we bij ontvangst het rijksaandeel moeten doorbetalen

132.004

c. Tozo vorderingen

102.941

2.315.501

Voorziening dubieuze debiteuren voor vorderingen onder a.

-1.400.685

Voorziening dubieuze debiteuren voor vorderingen onder b.

-95.109

Voorziening dubieuze debiteuren voor vorderingen onder c.

-85.558

Totaal voorzieningen

-1.581.352

Doorbetalingsverplichting: 75% van de vorderingen onder b. (minus de voorziening)

-27.671

Terugbetalingsverplichting dubieuze debiteuren voor vorderingen onder c. (minus de voorziening)

-17.383

Totale doorbetalingsverplichting

-45.054

-1.626.406

689.095

Schatkistbankieren

Sinds 1 januari 2014 is het voor decentrale overheden verplicht om geld wat over is tijdelijk te stallen in de schatkist van het rijk. Op het moment dat we het geld nodig hebben nemen we dit weer op. Om te bepalen of een gemeente overtollige liquiditeiten naast de gelden voor het normale betalingsverkeer aanhoudt, geldt een drempelbedrag dat is gebaseerd op het begrotingstotaal van de gemeente.
Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor gemeenten voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het minimum drempelbedrag is ook verhoogd van € 250.000 naar € 1.000.000.

Deze drempelwaarde was in 2025 € 4.965.000.

In 2025 is het gemiddelde drempelbedrag niet overschreden, zie hiervoor de tabellen hieronder.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren 2025 (bedragen x € 1000)

Verslagjaar

(1)

Drempelbedrag

4.965

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

46

-

7

-

(3a) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag

4.919

4.965

4.958

4.965

(3b) = (2) > (1)

Overschrijding van het drempelbedrag

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag

Verslagjaar

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

248.254

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

248.254

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.

Drempelbedrag

4.965

(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

(5a)

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

4.167

-

606

-

(5b)

Dagen in het kwartaal

90

91

92

92

(2) - (5a) / (5b)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

46

-

7

-

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 09:40:46 met de export van 06/01/2026 14:21:48