Het resultaat is grotendeels incidenteel.
Reservepositie (exclusief gerealiseerd resultaat)
De afgelopen jaren voegden we een groot deel van de voordelige rekeningresultaten toe aan de algemene reserve en bestemmingsreserves. De stand van de reserves is belangrijk voor de solvabiliteit en de financiële positie.
Hieronder geven wij zowel grafisch als in tabelvorm het verloop van de reservepositie over de laatste zeven jaren weer:
Grafiek reservepositie - web
x € 1.000 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Algemene reserve | 19.219 | 30.647 | 37.432 | 43.758 | 28.611 | 61.510 | 86.098 |
Bestemmingsreserves | 21.526 | 15.701 | 16.275 | 28.777 | 72.648 | 98.315 | 93.841 |
Totaal reserves | 40.745 | 46.348 | 53.707 | 72.535 | 101.259 | 159.825 | 179.939 |
We zien dat de reservepositie in 2025 ten opzichte van 2024 stijgt. Dit geldt voor de vrij te besteden algemene reserve. De stijging van de algemene reserve in 2025 naar € 86.098.000 is voornamelijk te verklaren door de financiële verwerking van het dividend van de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij N.V. (hierna: ZEH), overheveling van de bestemmingsreserve jeugd en middelen uit de septembercirculaire. Ook voegen we een deel van het resultaat van 2024 toe aan de algemene reserve. Dit ter versterking van de financiële positie.
De daling van de bestemmingsreserves naar een totaal van € 93.841.000 betreft vooral de onttrekkingen voor de projecten Campus Terneuzen en Binnenstad Terneuzen en de overheveling van de bestemmingsreserve jeugd naar de algemene reserve.
Schuldpositie
Onze gemeente hecht naast de vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording verplichte financiële indicatoren, belang aan de indicatoren ‘debtratio’ en ‘netto schuld per inwoner’ om de schuldpositie weer te geven. Hieronder treft u zowel grafisch als in tabelvorm het verloop van deze twee indicatoren aan over de afgelopen zeven jaren.
Debtratio
De Debtratio geeft het aandeel weer van het vreemd vermogen vergeleken met het balanstotaal.
Grafiek debtratio
2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
Debtratio | 79,7% | 76,5% | 73,1% | 65,3% | 60,6% | 51,4% | 48,3% |
Streefwaarde <80% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% | 80,0% |
Netto schuld per inwoner
Grafiek netto schuld per inwoner
2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
Netto schuld per inwoner | 2.660 | 2.528 | 2.320 | 1.851 | 1.616 | 764 | 529 |
Streefwaarde < €2.750 | 2.750 | 2.750 | 2.750 | 2.750 | 2.750 | 2.750 | 2.750 |
De netto schuld per inwoner daalt omdat de totale schuld daalt (lang en kort geld). In 2025 sloten we geen langlopende geldlening af. Op de bestaande geldleningen losten we € 7.211.000 af. Daardoor verlaagde het bedrag van de langlopende geldleningen van € 108.635.000 naar € 101.423.000.
Voor een verdere toelichting over deze twee indicatoren verwijzen wij naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Risico's
Ondanks dat wij de laatste jaren onze reservepositie konden opbouwen zien we toenemende opgaven en daardoor vergroting van risico's die wij lopen.
Wij namen in de begroting een aantal financiële (rest)risico’s op. Deze risico’s leidden niet tot nadelige financiële gevolgen.
- Sociaal Domein
De kosten voor jeugdhulp en Wmo blijven sterk oplopen, terwijl de compensatie vanuit het Rijk hiervoor onvoldoende is. Hierdoor neemt de druk op onze exploitatie structureel toe. Het is onzeker in hoeverre de Rijksoverheid toekomstige kostenstijgingen zal opvangen.
- Gemeentefonds
Vanaf 2028 blijft sprake van het zogenoemde ‘financieel ravijn’. De voorziene groei (‘accres’) van het gemeentefonds wordt door het Rijk onvoldoende gecompenseerd, waardoor gemeenten – ook wij – rekening moeten houden met aanzienlijke toekomstige tekorten. De onzekerheid over de landelijke besluitvorming maakt dit risico extra groot.
Voor meer informatie over de financiële positie verwijzen wij naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Investeringen
In de begroting 2025 was voor de jaarschijf 2025 een bedrag van € 44.002.000 in het investeringsprogramma opgenomen. Door tussentijdse wijzigingen in 2025 is er € 3.947.000 aan het investeringsprogramma toegevoegd, met een bedrag van € 537.000 aan geraamde inkomsten. Dit brengt het totaal investerings-
volume voor 2025 op € 47.949.000 (met € 537.000 aan geraamde inkomsten).
Van dit totaal investeringsvolume in 2025 (€ 47.949.000) gaven we in 2025 € 7.397.000 uit. Van de geraamde inkomsten (€ 537.000) ontvingen we in 2025 € 14.000.
Het totale investeringsvolume inclusief de restantkredieten van voorgaande jaren is € 240.427.000, met een totaalbedrag aan geraamde inkomsten van € 11.202.000.
Van dit totaal investeringsvolume van € 240.427.000 gaven we tot en met 2025 € 90.730.000 uit en van het totaalbedrag geraamde inkomsten van € 11.202.000 ontvingen we tot en met 2025 € 5.691.000.
Het totaalbedrag aan restantkredieten per 31 december 2025 komt hierdoor op een bedrag van € 144.186.000.
Door de onderuitputting van de investeringsbudgetten hebben we een incidenteel voordeel van € 36.000 op de afschrijvingen en een incidenteel voordeel van € 188.000 op de rentelasten. Hiervan meldden we al een incidenteel voordeel van € 1.630.000 op de afschrijvingen en € 1.800.000 op de rentelasten bij de 6e perioderapportage 2025. We lieten de stelpost onderuitputting kapitaallasten van € 1.500.000 vrijvallen. Daardoor kwam het totale voordeel uit op € 1.930.000 in perioderapportage 6.
De restantkredieten, bestaan vooral uit:
Onderwijshuisvesting | € 106.125.000 € 7.650.000 € 8.102.000 € 4.875.000 |
|---|
* In de raadsvergadering van december 2025 legden wij voor om totaal € 14.166.000 te investeren in een duurzame toekomst voor het stadhuis. Het genoemde restantkrediet is hier onderdeel van.
Voor meer informatie over de investeringen verwijzen wij naar de bijlage Verantwoording investeringsprogramma.
