Per 1 januari 2016 zijn overheidslichamen vennootschapsbelastingplichtig, voor zover zij met een activiteit een onderneming drijven. Voor de Vpb is sprake van een onderneming, indien cumulatief sprake is van:
- een duurzame samenwerking van kapitaal en arbeid; en
- waarmee wordt deelgenomen aan het economisch verkeer; en
- waarmee winst wordt beoogd (het winstoogmerk wordt geacht reeds aanwezig te zijn indien structureel overschotten worden behaald of als incidenteel overschotten worden behaald en in concurrentie wordt getreden).
Het doel van de invoering van de Vpb-plicht is het scheppen van een gelijk speelveld tussen private en overheidsondernemingen.
Voor het jaar 2025 is er een voorlopige aanslag betaald van € 130.000. Het definitieve te betalen bedrag vennootschapsbelasting over 2025 wordt bekend bij het opstellen van de Vpb-aangifte 2025. De fiscale positie berekenen wij eenmaal per jaar, bij het opstellen van de jaarrekening. Wij verwachten een aanvullend te betalen bedrag van € 97.000 voor 2025. Dit vloeit voornamelijk voort uit hogere fiscale resultaten van de grondexploitaties. Hiervoor hebben wij een aangepaste voorlopige aanslag aangevraagd om belastingrente te voorkomen.
